Waarom
‘Waarom’, vraag je.
Hoe kan ik jou antwoorden.
Liggen de waarommen
niet door de tijd heen
aan elkaar geketend.
Slaat het laatste waarom
niet terug op het waarom van
daarvoor en daarvoor.
‘Waarom’, vraag je
met hoge wenkbrauwen
die kranig weg zullen vliegen
als ik niet vlug, inzichtelijk en kort.
Maar ik heb nooit kunnen samenvatten.
Vroeger als ik verhalen zeven moest,
liep ik met mijn vergiet
onder mijn arm
van paniek.
Dat hoeft nu niet
weet ik.
En terwijl het oude zweet
langs mijn neus druppelt
antwoord ik:
‘Omdat ik onbelangrijk
ook belangrijk vind.’
Posted in poezie
Voorbij
Zij raakten mij
voor ik hen hier liet rusten.
Sommigen van hen
sjouwde ik tot aan
de hoogste plank
in de stapelbeddentoren.
En nu draag ik jou
zoals een kat haar jong.
Zó neem ik je mee
langs de eerste verdieping:
‘Dag mam, dag tante.’
En de volgende…
voorbij fietsen
voorbij jongens
voorbij kamers
ijzeren relingen
en trappen
tot we er eindelijk zijn.
Hier op dit kraakheldere bed
laat ik je uit mijn mond vallen
en zing ik je zachtjes in slaap.
Nu ben je echt voorbij
en ik klim weer omlaag.
Posted in poezie
De Vrouw
Er stond een vrouw in het café,
zij was onmiskenbaar een gedicht.
Ik kon het zien aan hoe ze de stilte
om zich heen droeg.
Ooit was zij zoals mij geweest,
een dans, verleid door zwarte ogen
die haar nu niet meer zagen.
Ik las haar en treurde om
hoe ik later.
© Tifène Huchet, 2010
Posted in poezie